Direct naar de content
Dit artikel wordt u aangeboden door Gasunie
De redactie van Energeia draagt voor deze inhoud geen verantwoordelijkheid.

Waterstofleiding cruciale schakel in industriële energietransitie Rotterdamse haven

In het Rotterdamse havengebied is de eerste 32 kilometer van het Nederlandse waterstofnetwerk klaar. De pijpleiding is het eerste stuk van wat een Europees waterstofnetwerk moet worden. Een belangrijke voorwaarde voor de verduurzaming van de industrie in Nederland en Noordwest-Europa. Het succes hangt af van regelgeving, marktontwikkeling en samenwerking tussen bedrijven en overheden. Maar zonder deze eerste stap in de bouw van de infrastructuur, zal de waterstofeconomie niet van de grond komen.

Drone foto van de haven van Rotterdam (Foto gemaakt door: Floris van Bergen)

In het haven- en industriegebied in Rotterdam heeft Gasunie-dochter Hynetwork een pijpleiding van 32 kilometer aangelegd, om waterstof van de Maasvlakte te transporteren naar afnemers in het industriegebied van de haven. ‘De laatste las is gelegd, de leiding is gevuld met waterstof en gereed voor industriële aansluitingen vertelt Mark Stoelinga, die als manager Energy & Infrastructuur van Havenbedrijf Rotterdam bij de aanleg betrokken is.

Aan potentiële producenten en afnemers geen gebrek. Europese regelgeving eist dat de industrie langzaam maar zeker verduurzaamt. Er zijn verschillende manieren om te verduurzamen, zoals het elektrificeren van productieprocessen, het afvangen en opslaan van CO2, of overstappen op waterstof, en daar is deze pijpleiding voor nodig.

Fabriek voor groene waterstof

Energiebedrijf Uniper heeft vergevorderde plannen om een grote elektrolyser van 500 megawatt voor de productie van groene waterstof te bouwen. ‘In de eerste fase beginnen we met een elektrolyser van 200 megawatt. Het technisch ontwerp daarvoor is klaar’, vertelt Martijn Overgaag, die bij Uniper verantwoordelijk is voor de waterstofactiviteiten. Uniper kreeg in de zomer van 2025 een subsidie toegekend van 297 miljoen euro voor de eerste fase. ‘Dit is een erkenning voor de waarde van ons project, dat direct naast het Tennet-aanlandingspunt van windstroom is gepland.’

Maar er is nog werk aan de winkel. ‘Samen met Hynetwork doen we een ontwerpstudie om de waterstoffabriek aangesloten te krijgen op de pijpleiding.’

Voordat Uniper de definitieve investeringsbeslissing neemt, wil het zekerheid hebben dat er afnemers zijn, zodat het ook de groene stroom voor de elektrolyser kan inkopen, en dat de aansluiting op het stroomnet en het waterstofnet beschikbaar en betaalbaar zijn. Overgaag heeft er met zijn waterstofteam een dagtaak aan om dat allemaal voor elkaar te krijgen. ‘Wij zijn in de tweede helft van 2026 zover om een beslissing te nemen. Dan kan de bouw in 2027 beginnen en nemen we de waterstoffabriek in 2030 in bedrijf.’

Pijpleiding is van levensbelang

Shell is al een stap verder met de bouw van de elektrolyser van 200 megawatt op het eerste ‘conversiepark’ op de Maasvlakte die inmiddels is aangesloten op het eerste deel van het waterstofnetwerk. De groene waterstof die Shell gaat produceren zal via de pijpleiding van Hynetwork naar de raffinaderij van Shell Pernis worden getransporteerd. In plaats van grijze waterstof – die uit aardgas wordt gemaakt – gaat Shell deels ruwe olie raffineren met behulp van groene waterstof, waardoor de CO2-emissies van de raffinaderij dalen. Shell is zowel producent als afnemer van groene waterstof.

Ook Air Liquide bouwt een elektrolyser van 200 megawatt op het conversiepark, waarmee het totale productievermogen van groene waterstof op de Maasvlakte verder toeneemt. Air Liquide heeft een eigen waterstofpijpleiding, onder meer naar het industriegebied bij de haven in Antwerpen.

Uniper is druk bezig om afnemers in Rotterdam te vinden. ‘We zijn met veel partijen in gesprek om de moleculen aan te verkopen’, aldus Overgaag. ‘De pijpleiding van Hynetwork is voor Uniper van levensbelang. Het is belangrijk dat toekomstige afnemers ook tijdig contact hebben met Hynetwork voor een aansluiting. Het is voor ons essentieel dat we daadwerkelijk waterstof kunnen afleveren bij afnemers.’

De vraag naar waterstof is groot in Rotterdam. ‘Er zijn in totaal 3.000 bedrijven gevestigd in het Rotterdamse havengebied. Daarvan zijn er 20 grote gebruikers van waterstof’, schetst Stoelinga van het havenbedrijf. Die 20 grote bedrijven – raffinaderijen, kunstmestfabrieken en chemiebedrijven – verbruiken momenteel circa 500.000 ton waterstof per jaar.

Van grijs naar blauw naar groen

De waterstof die op dit moment in de Rotterdamse industrie wordt gebruikt is vrijwel volledig grijs en daarmee verantwoordelijk voor een aanzienlijke CO2-uitstoot. Het vervangen van grijze waterstof is een logische stap in de verduurzaming van de industrie. ‘Voor kunstmest kan ik me voorstellen dat we op termijn groene ammoniak gaan importeren’, zegt Stoelinga. Ammoniak is een belangrijke grondstof voor kunstmest en wordt gemaakt met waterstof.

Daarnaast is groene waterstof in beeld als alternatief voor aardgas in industriële processen. ‘Maar dat prijsverschil is op dit moment nog erg groot’, constateert Stoelinga. Daarom verwacht hij dat blauwe waterstof, gewonnen uit aardgas met CO2-afvang en -opslag, in de komende jaren een belangrijke tussenoplossing zal zijn. Voor CO2-opslag wordt gewerkt aan het Porthos-project, waarbij gebruik wordt gemaakt van lege gasvelden op de Noordzee. De CO2-leiding die daarvoor wordt aangelegd, ligt deels parallel aan de waterstofleiding.

Lassers lassen aan het waterstofnetwerk Rotterdam (Foto gemaakt door: Bouwfotografe)

Infrastructuur als randvoorwaarde

Het nieuwe pijpleidingtraject is het eerste stukje van wat een groot en internationaal waterstofnetwerk moet worden. De waterstofleiding is aangelegd door Gasunie-dochter Hynetwork. In eerste instantie richt dit deel van het netwerk zich op het Rotterdamse havengebied. Bedrijven kunnen via aftakkingen worden aangesloten, zodra zij daadwerkelijk duurzame waterstof willen gaan gebruiken of produceren. In de volgende fase worden de industriële clusters in Nederland met elkaar verbonden. Volgens het uitrolplan van Hynetwork gebeurt dat gefaseerd en is het laatste cluster ‘uiterlijk in 2033’ aangesloten. Het netwerk wordt ook doorgetrokken naar industriële centra in Duitsland en België, als onderdeel van de Delta Rhine Corridor.

Eerst een markt creëren

Ook voor Uniper is de internationale verbinding cruciaal, maar pas ná 2032. ‘In 2030 is het niet realistisch om grote volumes groene waterstof naar Duitsland te exporteren, dus richten wij ons in de eerste fase op Rotterdam’, zegt Overgaag. ‘In Rotterdam zelf is al veel potentiële vraag. De uitdaging zit nu vooral in het creëren van een markt.’

Daarbij speelt wetgeving een cruciale rol. Op Europees en nationaal niveau.
Overgaag: ‘Zodra alle regels duidelijk en stabiel zijn, ontstaat er aanvullende en gegarandeerde vraag’, stelt hij. ‘Dat maakt het voor ons mogelijk om langjarige contracten te sluiten.’

‘Bedrijven sluiten geen langdurige contracten als ze niet exact weten welke verplichtingen en randvoorwaarden na 2030 gelden.’ Volgens Overgaag kan die duidelijkheid de markt aanzienlijk versnellen.

Elektriciteit en systeemwaarde

Minstens zo belangrijk als de waterstofinfrastructuur is de beschikbaarheid van duurzame elektriciteit. Een elektrolyser van honderden megawatts vraagt om grote hoeveelheden stroom. Wachttijden voor netaansluitingen en onzekerheid over toekomstige nettarieven vormen daarom een risico. ‘Zolang we daar geen zekerheid over hebben, nemen we geen investeringsbesluit’, zegt Overgaag.

Tegelijkertijd ziet Uniper kansen om waarde toe te voegen aan het energiesysteem. Elektrolysers kunnen namelijk flexibel draaien en juist op momenten van veel aanbod van offshore wind waterstof produceren. Waterstoffabrieken kunnen pieken op het elektriciteitsnet afvlakken. ‘Maar dan moet er wel integraal naar het systeem worden gekeken”, zegt Overgaag. ‘Nu zijn elektriciteit en moleculen nog te veel gescheiden werelden.’

Rotterdam als Europese waterstofhub

Voor het Havenbedrijf Rotterdam past de waterstofpijpleiding in een bredere strategie om de haven te positioneren als Europese energie- en grondstoffenhub. Naast productie kijkt Rotterdam nadrukkelijk naar import van waterstof en waterstofdragers, zoals ammoniak. Terminals worden voorbereid om deze stromen te ontvangen, op te slaan en opnieuw te distribueren.

Samenwerking met andere havens en industriële regio’s is daarbij essentieel. Rotterdam werkt samen met onder meer Antwerpen en het Duitse Duisburg om vraag en aanbod te bundelen en infrastructuur zo efficiënt mogelijk uit te rollen. ‘We concurreren op veel vlakken’, zegt Stoelinga, ‘maar op dit soort infrastructuur moet je samenwerken. Anders komt het simpelweg niet van de grond.’ De eerste waterstof die door de nieuwe leiding gaat stromen is van Shell. Daarna kan het netwerk vollopen met meer producenten en afnemers. De waterstofpijpleiding in Rotterdam is daarmee geen eindpunt, maar een begin.