Direct naar de content
Dit artikel wordt u aangeboden door Gasunie
De redactie van Energeia draagt voor deze inhoud geen verantwoordelijkheid.

Bouwen aan waterstof onder de grond van Rotterdam

Een schacht van vijfentwintig meter diep. Buizen van achttien meter lang. Die passen er niet in. ‘Dan zaag je ze doormidden, breng je ze naar beneden, las je ze weer aan elkaar en trek je door,’ zegt Raymond Cohen, opzichter waterstofnetwerk Rotterdam bij Gasunie. Hij stond er dagelijks, bij de aanleg van het waterstoftracé van 32 kilometer, dwars door het Rotterdamse havengebied. Tientallen kruisingen, elk met eigen randvoorwaarden, risico’s en tijdvensters. ‘Nu het waterstofnetwerk er ligt, zou je bijna vergeten wat eraan vooraf is gegaan,’ zegt Jos van Ginneken, lead engineer voor het waterstofnetwerk Rotterdam bij Gasunie.

Bouwen in het drukste stukje ondergrond

Rotterdam heeft een volle ondergrond. ‘Sterk geïndustrialiseerd,’ zegt Mark Berghuis, omgevingsmanager waterstofnetwerk Rotterdam bij Gasunie. ‘We moesten continu rekening houden met andere projecten op hetzelfde tracé, met ecologische beperkingen en met bedrijven die hun processen draaiende moesten houden. De invloed van de omgeving op het project was groter dan we vooraf konden inschatten.’

Kabels, leidingen, tunnels, dijken, spoorlijnen en snelwegopritten liggen dicht op elkaar. Daarbovenop gelden strikte beperkingen. Het broedseizoen loopt, afhankelijk van de weersomstandigheden, van april tot eind augustus, het stormseizoen van oktober tot eind maart. ‘Dan mogen we niet werken in de beschermingszone van Rijkswaterstaat,’ zegt Cohen. ‘Mocht er een storm aankomen, dan kan het niet zo zijn dat Nederland onder water loopt, omdat wij toevallig een leiding moeten leggen.’

Ook ecologie speelt continu mee. Meer dan dertig kilometer paddenschermen werd geplaatst om de rugstreeppad te beschermen. Soms troffen ecologen glad biggekruid aan, een beschermde plant die de planning in één vondst kan omgooien. Dan wordt de bovenste grondlaag verwijderd, wordt de bodem in kaart gebracht en wordt het werkplan daarop aangepast. ‘Iedereen heeft belangen. Daar houden we rekening mee,’ zegt Berghuis. ‘Maar ondertussen heb je wel een opdracht. Daar zit de spanning.’

52 uur voor een spoorkruising

Op papier loopt het tracé van de Maasvlakte naar het industriële cluster in Pernis. In de praktijk verliep het werk allesbehalve lineair. ‘Werken van A naar B? Vergeet het maar,’ zegt Cohen. ‘We begonnen op een bepaalde plek, maar moesten continu verplaatsen.’ En de planning schoof mee. ‘Op een gegeven moment zaten we in versie 36 van de planning.’

In totaal ging het om veertig kruisingen: snelwegen, spoorlijnen, watergangen. ‘Bij elke kruising had je te maken met andere partijen en andere eisen,’ zegt Berghuis. ‘Dat bepaalde steeds wat je wel en niet kon doen, en wanneer.’ Geen kruising was hetzelfde, weet Gerben Kamphuis, projectmanager bij aannemer Hanab Pipelines & Utilities. ‘Elke keer moest je opnieuw kijken: wat ligt er, wat kan hier, en hoe gaan we het uitvoeren?’

Bij het spoor was er maar één kans: 52 uur om het spoor open te breken, de leiding aan te leggen en alles weer te herstellen. Als het niet goed gaat, ligt de volgende kans maanden verder,’ zegt Berghuis.

‘Op dit soort momenten zie je wat flexibiliteit in de uitvoering en een goede planning met elkaar kunnen doen,’ blikt Van Ginneken terug.

Afstemming tot op de centimeter

Wat de planning nog complexer maakte, was het Porthos-project, de CO₂-leiding die parallel aan hetzelfde tracé werd aangelegd, op veertig centimeter afstand.

‘Omdat we op sommige plekken letterlijk naast elkaar werkten, hebben we direct een “cockpit” overleg opgezet,’ zegt Kamphuis. ‘We kwamen maandelijks bij elkaar, hielden tussendoor werksessies en voerden kruisingen gezamenlijk uit. Daarnaast waren er wekelijks inloopmomenten, met soms wel honderd deelnemers: eigenaren, toezichthouders en andere betrokken partijen. Die manier van samenwerken heeft in de praktijk goed gewerkt.’

Volgens Van Ginneken vraagt een goede samenwerking ook om duidelijkheid en afspraken nakomen. ‘Je moet het eerlijke verhaal vertellen. En begrijpen wat voor de ander belangrijk is. Een havenbedrijf moet een gebied draaiende houden. Wij moeten een leiding aanleggen. Als je dat accepteert, kom je verder.’

Handtekeningen op het staal

Op de bouwplaats kreeg die samenwerking vorm. Bij de Calandtunnel stond het hele projectteam bij de pijp, vlak voordat die de grond in ging. ‘We zetten onze handtekeningen op het staal. Die momenten verbinden,’ zegt Kamphuis.

Een groot deel van het werk speelde zich onder de grond af. Vijfentwintig meter onder een kanaal, in een besloten ruimte, sjouwend met pijpdelen in het halfdonker. Met weer en wind, soms in 27 graden volledig ingepakt. ‘Chapeau voor die jongens,’ zegt Kamphuis.

Cohen vult aan: ‘Elke schakel is belangrijk. Van ontwerp tot uitvoering. Als iedereen zijn werk goed doet, krijg je dit voor elkaar.’

Het allerbeste sinterklaascadeau

Halverwege de uitvoering veranderde het project opnieuw. Er kwamen twee trajecten bij: de Merwedeweg en de Isarweg. Aftakkingen die plotseling binnen een lopend project moesten worden ingepast. ‘Die hebben wij binnen één jaar geëngineerd,’ zegt Jos van Ginneken. ‘Daarna kon Hanab ze direct meenemen in de uitvoering, zonder dat de planning uitliep.’ Het maakte een al complex project nog intensiever. ‘Dit is het meest complexe project waar ik aan heb gewerkt.’

Toch bleef de voortgang overeind. Op Sinterklaasdag 2025 kwam alles bij elkaar. De leiding, van 32 kilometer en zes aftakkingen, was getest. Spannend, maar het ging goed. Daarna ging het snel. Op 31 januari 2026 volgde de officiële ingebruikname. Daarmee is de infrastructuur gereed voor industriële aansluitingen. ‘Dit hebben we gewoon gefixt,’ zegt Kamphuis. ‘Met meer projecten dan vooraf voorzien, en toch binnen de tijd.’

Waterstofaansluiting voor de industrie

Voorlopig bouwt het team nog even door. In Pernis wordt gewerkt aan de aansluiting op de Shell-raffinaderij, midden in een van de drukste stukken ondergrond van Nederland. Tegelijk liggen er al nieuwe aftakkingen op de tekentafel. Tientallen kilometers, bedoeld om bedrijven in het havengebied aan te sluiten op het waterstofnetwerk.

Het meeste van dit werk zie je niet. Het zit onder de grond, buiten beeld. Maar juist daar wordt gebouwd aan hoe energie straks wordt aangevoerd en gebruikt. ‘Dit is geen fictie meer, maar werkelijkheid,’ zegt Van Ginneken. ‘De waterstofleiding ligt er. Hij is klaar voor gebruik.’