Nieuwe impuls voor wind op zee: Noordzeelanden willen 100 gigawatt aan gezamenlijke projecten

Landen rondom de Noordzee moeten meer samen optrekken om de markt voor windenergie op zee een impuls te geven. Energieministers willen daarom meer gezamenlijke projecten en een gezamenlijke financiering voor windparken, zo spraken zij maandag af.
Negen Noordzeelanden willen vóór 2050 100 gigawatt aan gezamenlijke offshore windprojecten opzetten. Dat hebben de energieministers van onder meer Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken maandag afgesproken op de Noordzeetop in Hamburg. Door samen op te trekken hopen zij de markt voor windenergie de broodnodige impuls te geven. In veel landen komen aanbestedingen voor windparken op zee niet van de grond, als gevolg van de hoge kosten.
Die 100 gigawatt is onderdeel van de bestaande ambitie om in 2050 300 gigawatt aan windenergie op de Noordzee te winnen. Met 1 gigawatt kunnen ongeveer 1 miljoen huishoudens van elektriciteit worden voorzien.
Veel van de windenergieprojecten zijn nu nog nationaal georganiseerd en gefinancierd, maar landen willen daar dus verandering in brengen. ‘Energie was lange tijd iets waar we volledige nationale controle over wilden hebben’, aldus de Deense energie- en klimaatminister Lars Aagaard. ‘Nu komen we erachter dat we niet zonder onze buren kunnen.’
Volgens Manon van Beek, ceo van netbeheerder Tennet, kunnen windparken op de Noordzee tegen 2050 in zo’n 40% van de Europese elektriciteitsvraag voorzien. ‘Maar dit vereist een nieuwe manier van samenwerken, over grenzen heen. En bovenal: het delen van kosten.’
Verdeling van kosten en baten
Een probleem van internationale projecten is tot nu toe de verdeling van kosten en baten. Daarvoor willen de energieministers een nieuwe manier van financiering opzetten die het gemakkelijker moet maken om gezamenlijk windprojecten te financieren en te plannen. Daarvoor zien zij mogelijk een rol weggelegd voor de Europese Investeringsbank (EIB) en Invest EU. Volgens demissionair minister Sophie Hermans van Klimaat is er nog geen exacte uitwerking, maar is het mogelijk dat landen met gezamenlijke plannen bij de EIB aankloppen voor financiering. Dat de investeringsbank ook geld zal verstrekken aan projecten waar niet-Europese landen bij betrokken zijn, verwacht zij niet.
Ook willen de ministers onderzoeken of er een mogelijkheid is voor gezamenlijke contracts for difference. Daarbij krijgen energiebedrijven subsidie als de elektriciteitsprijzen onder een minimum komen, maar kunnen overheden ook winsten afromen als prijzen heel hoog zijn.
Hoe dit er op internationaal niveau concreet uit moet komen te zien, is volgens Hermans nog onduidelijk. Wel zijn er al voorbeelden. Denemarken en Duitsland hebben in Hamburg een intentieverklaring getekend voor samenwerking bij de winning van windenergie en een contract for difference is onderdeel van die samenwerking. Hermans: ‘Dat kan als inspiratie dienen.’
Gedeelde infrastructuur
De windsector roept al langer om zo’n subsidiemechanisme. Het zou een van de belangrijkste manieren zijn om het bouwen van windparken weer aantrekkelijk te maken. De Europese Unie wil dat alle lidstaten vanaf 2027 contracts for difference aanbieden. Volgens Jan Vos, voorzitter van de branchevereniging voor windenergie NedZero, kan dat prijsmechanisme ook internationaal goed werken. ‘Landen kunnen onderling prijsafspraken maken over de winst en de subsidie die ermee gemoeid is, of de Europese Commissie kan dit organiseren.’
Naast gedeelde tenders en contracten zetten de Noordzeelanden ook in op het delen van de opgewekte energie, via een gezamenlijke infrastructuur. Nederland heeft daar ervaring mee: het deelt de Lionlink-kabel met het Verenigd Koninkrijk. Die kabel verbindt een Nederlands windpark rechtstreeks met het Britse hoogspanningsnet. Volgens Hermans is het de ambitie op deze manier meer infrastructuur te realiseren. ‘Het ligt voor de hand dat Nederland dan in eerste instantie naar Duitsland en Denemarken kijkt.’
Voorspelbaarheid voor industrie
Meer zekerheid voor de sector en voor bouwers van windparken stond maandag ook op de agenda. Die willen de ministers onder meer bereiken via een stabiele, gezamenlijke tenderagenda, die de schokken in de markt en prijs moet dempen. Ook willen de landen technische onderdelen zoals kabels en turbineafmetingen standaardiseren, om met schaalvoordelen de productiekosten te verlagen. ‘Daar vragen wij als sector al jaren om’, reageert Vos van NedZero. ‘Het is jammer dat de minister daar tot nu toe niets mee gedaan heeft.’ Dat de negen energieministers van de deelnemende landen hier nu achter gaan staan, noemt hij hoopvol.
Niet alleen overheden kwamen met toezeggingen maandag. De industrie zal de komende vijf jaar €9,5 mrd investeren om de toeleveringsketen uit te breiden, aldus de Europese branchevereniging WindEurope.
Veiligheid
Regeringsleiders, onder wie demissionair premier Schoof, kwamen ook naar Hamburg om aandacht te vragen voor de veiligheid van de energie-infrastructuur op de Noordzee. Zij roepen de industrie onder meer op in het ontwerp van installaties al veiligheidsmaatregelen te nemen. Bijvoorbeeld door radarsystemen te installeren op windparken en bij energiekabels. Daarmee willen de landen voorkomen dat ‘onwelwillende machten’ zoals Rusland een aanval kunnen uitvoeren op de Europese energievoorziening.
Groene energie van eigen bodem vergroot daarbij de energieonafhankelijkheid van Europa, aldus Schoof. ‘We bevinden ons in een veranderende wereldorde, gezien de Oekraïense oorlog en de acties van de VS.’ Europa moet minder afhankelijk worden van Amerikaans lng, stelt Schoof. ‘Europa moet zijn eigen rol vinden als economische grootmacht.’